U bent hier

Park Schothorst

Park rond de villa en het koetshuis

Op het landgoed staan een villa en een koetshuis. Eromheen ligt een park, aangelegd in de Engelse landschapsstijl (19e eeuw). Deze stijl kenmerkt zich door slingerende paden, siervijvers met golvende oeverranden, doorkijkjes en een gevarieerde begroeiing. De bomen om de villa zijn voornamelijk uitheemse soorten.

 

Geschiedenis

[foto orangerie]

Voor de ontstaansgeschiedenis van Stadspark Schothorst gaan we zo'n 12.000 jaar terug. Die tijd wordt Laat Glaciaal genoemd. Daarin liep de laatste ijstijd naar zijn einde. Een koel en gematigd klimaat werd afgewisseld met koude perioden, waarin geen of slechts weinig plantengroei mogelijk was.
Tijdens één van die koude perioden kreeg de wind steeds meer vat op de kale bodem van fijn dekzand. Zodoende ontstond er een afwisselend landschap van landduinen en valleien. In een latere koude periode is dit duinlandschap een beetje glad gestreken. De valleien zijn toen gedeeltelijk door de wind opgevuld met zand, maar ook doordat de ontdooide, met water verzadigde bovengrond langs de duinhellingen naar beneden gleed. Door het wegstromende dooiwater veranderden dekzandlaagten in beekdalen met snelstromend water. In het Stadspark Schothorst is die afwisseling tussen dekzandhoogten en dekzandlaagten nog duidelijk in het landschap terug te vinden.

Aan het einde van de laatste ijstijd, zo'n 10.000 jaar geleden werd het klimaat warmer en vochtiger. Er ontwikkelde zich een weelderige plantengroei. In de dekzandlaagten ontstonden moerassen met zeggen, biezen en grassen (broek of goor genaamd) en op de hogere gedeelten bossen.

[foto villa]

Vanaf de middeleeuwen werd dit landschap door de mens tot in alle uithoeken ontgonnen. Het bos op de dekzandhoogten en -welvingen maakte plaats voor akkers, weilanden, boerderijen en zandwegen. De afwatering in de goren werd geregeld: op het laagste punt groef men een wetering en het moerasland werd ontgonnen tot grasland (vooral hooiland). De boomsoorten die in het oorspronkelijke bos voorkwamen keerden terug in het cultuurlandschap, maar hun groeivorm en groeiplaats werden vanaf nu door de mens bepaald.

Een oase in het stadspark

Het gemeentelijk Centrum voor Natuur- en Milieu-Educatie "Landgoed Schothorst" is er speciaal voor de Amersfoortse en Hooglandse burgers. Iedereen is van harte welkom! De bezoeker wordt echter wel verzocht om op de paden te blijven, omdat de begroeiing kwetsbaar is. Er kunnen ook geen bloemen worden geplukt: een klein terrein als dit staat weinig verstoringen toe. Van belang is ook dat de rust op het landgoed gehandhaafd blijft. Fietsers en bromfietsers hebben geen toegang, evenmin als mensen met een hond - ook als die aangelijnd is. Hierdoor zouden de dieren in het terrein verontrust of zelfs verjaagd kunnen worden. Tussen zonsondergang en zonsopgang zijn de terreinen gesloten. Bij de ingangswegen staan borden waarop de regels te lezen zijn. Zo kan het landgoed blijven wat het is: een zo natuurlijk mogelijke oase in een groot stadspark.

Natuurgebieden binnen Park Schothorst

Een groot deel van het landgoed bestaat uit graslanden, struwelen, bossen en open water. Binnen deze gebieden staat een natuurlijke ontwikkeling van flora en fauna voorop. Door te hooien, maar niet te bemesten en door middel van lichte begrazing door runderen en schapen, alsmede door als mens zo min mogelijk in te grijpen, kan er een grote afwisseling in natuurlijke levensgemeenschappen ontstaan.

Graslanden

[foto: Natuur1] Het landgoed heeft vijf percelen grasland, die nauwelijks of niet worden bemest. Een gevarieerde graslandflora leidt tot de vestiging van allerlei dieren, waaronder vele soorten insecten, vogels en zoogdieren. Om dit te bereiken wordt er weinig gemaaid en is er een lage veebezetting: niet meer dan 1 koe of 3 schapen per hectare. Hiervoor worden bijzondere grazers gebruikt: het Schotse Galloway-rund en het Veluws heideschaap.

[foto: Grote Bonte Specht] Struwelen

Op het landgoed vinden we struwelen langs bosranden en langs greppels in de graslanden. Een struweel is een begroeiing die tussen grasland en bos in staat. Behalve uit struiken bestaat een struweel ook uit hoge kruiden. Doordat de omheiningen wat verder van de bosrand af zijn geplaatst, kan zich nu vanuit het bos een geleidelijke overgang ontwikkelen naar het grasland.
Struiken als vlier, Gelderse roos, Sporkehout en Braam en meerjarige kruiden als Bereklauw, Boerenwormkruid, Wilgenroosje en Wederik zijn de opvallendste soorten binnen deze terreinen. In de Potboshoek bestaan de struwelen uit Meidoorn, Sleedoorn en Wilde roos, die met hun stekels een natuurlijk afrastering tegen het vee rondom de jonge Zomereiken en Beuken vormen. Voor kleine zoogdieren, zangvogels en insecten zijn struwelen van groot belang. Ze dienen deze dieren tot woonplaats en vormen voor hen een verbindingsroute naar andere terreingedeelten.

[foto: rode beukenlaan] Bos en lanen

Bij het landgoed behoren verschillende bospercelen. Op de lage delen vinden we vochtig bos met o.a. Zwarte els, Es en Populier. Waar de grond droger is ontwikkelt zich een eiken-berkenbos, dat behalve uit Zomereik en Ruwe berk, uit Lijsterbes bestaat. In het bos gaat de natuur haar eigen gang. Dode bomen blijven staan, omgevallen bomen mogen blijven liggen. Voor veel dieren is dit precies wat ze nodig hebben. Op de opengevallen plaatsen kan het bos zich op natuurlijke manier verjongen: het licht dat er tot op de bodem valt geeft zaailingen de kans om tot een nieuwe generatie bomen uit te groeien. Ook de verscheidenheid aan planten in de ondergroei wordt er groter door. Daarnaast maken veel vleermuizen en vogels gebruik van de natuurlijke boomholten. Het eikenhakhout is aangelegd op "rabatten" (verhoogde bosstroken, die met zand uit de aangrenzende greppels zijn aangelegd). Door deze toepassing kon men indertijd ook eiken op natte grond laten groeien.
De lanen zijn aangelegd in de Franse tuinstijl (18e eeuw), die zich kenmerkt door brede, rechte lanen met aan het eind daarvan een uitzichtspunt over het landschap. In de lanen vinden we groene en rode Beuken en Zomereiken. Drie oude Beuken zijn door de stormen van 1986 en 1990 geveld.

Vijvers, slootjes en drasse gebieden

[foto: Natuur4] In de dekzandlaagte waar nu de wijk Schothorst ligt, waren vroeger veel greppels en slootjes met oever- en moerasplanten en waterdieren. Door de nieuwbouw is het woongebied van deze planten en dieren weggevallen. Daarom is een nat en dras terrein aangelegd waarin deze planten en dieren zich opnieuw konden vestigen: de Breede Goren.

Het zijn vooral de waterplanten, oeverplanten en kleine waterdieren als slakken, bloedzuigers, watervlooien en libellen die hier een wijkplaats hebben gevonden. Bij de eerste broeierige lenteavonden komt de paddentrek massaal op gang vanaf het "Landgoed Schothorst" over de Schothorsterlaan in de richting van dit moerasje.

[foto: Zonnedauw] Dit moerassige gebied en de vijver in de vegetatietuin liggen in de volle zon, in tegenstelling tot de slootjes in het bos en de vijver bij de villa, die in een schaduwrijke omgeving liggen. In de laatste komen veel minder waterplanten en waterdieren voor.
De poelen die verspreid in de lage delen van het terrein liggen, vormen het leefmilieu voor amfibieën. Ze zijn vooral van belang als voortplantingsplaatsen voor de Kleine watersalamander, de Bruine kikker en de Gewone pad.