U bent hier

Bos en lanen

Bij het landgoed horen verschillende bospercelen. Op de lage delen vinden we vochtig bos met o.a. zwarte els, es en populier. Waar de grond droger is ontwikkelt zich een eiken-en berkenbos, dat behalve uit zomereik en ruwe berk ook uit lijsterbes bestaat. In het bos gaat de natuur haar eigen gang. Dode bomen blijven staan, omgevallen bomen mogen blijven liggen.

 

Op de opengevallen plaatsen kan het bos zich op natuurlijke manier verjongen: het licht dat er tot op de bodem valt geeft zaailingen de kans om tot een nieuwe generatie bomen uit te groeien. Ook de verscheidenheid aan planten in de ondergroei wordt er groter door. Daarnaast maken veel vleermuizen en vogels gebruik van de natuurlijke boomholten. Het eikenhakhout is aangelegd op "rabatten" (verhoogde bosstroken, die met zand uit de aangrenzende greppels zijn aangelegd). Door deze toepassing kon men indertijd ook eiken op natte grond laten groeien.

 

De lanen zijn aangelegd in de Franse tuinstijl (18e eeuw), die zich kenmerkt door brede, rechte lanen met aan het eind daarvan een uitzichtspunt over het landschap. In de lanen vinden we groene en rode beuken en zomereiken. Drie oude beuken zijn door de stormen van 1986 en 1990 geveld.